Nieuw.us | Het kindje Jezus en de hond

Counter

Het kindje Jezus en de hond
Thu. 13/12/12 — Lodewijk Den Breejen
Op een avond in de Adventtijd was het koud buiten. De wind trilde aan de ramen en floot zijn winterse liederen in het duister. Binnen in huis was het aangenaam warm en alle kinderen, zo’n stuk of vijf, zaten in pyjama rondom hun moeder.
De adventlantaarn brandde en zoals altijd las de moeder voor uit het boek; ‘Maria’s kleine ezel’. Elk jaar hoorden de kinderen het prachtige verhaal van een ezel die na veel ellende uiteindelijk bij Jozef en Maria terecht kwam en dat hij het was die het Kind Jezus na de geboorte als eerste mocht zien. Het is een verhaal van lang geleden en de kinderen luisterden altijd of het de eerste keer was. Ineens vraagt de jongste van het stelletje, een kleine meid van zes jaar met stralend blauwe ogen en lichtblonde haartjes: “mama, had het Jezuskind ook een hond net als wij?” De moeder had net het boek dicht geslagen en van alles verwacht maar niet deze vraag. “Waarom vraag je dat liefje. Nou, wij hebben Max in de kersttijd gekregen. Had bij Jezus toch ook gekund,” sprak de een na oudste zoon. Een knul van acht met rode krullen en sproeten op zijn neus. Er gingen allerlei gedachten door het hoofd van de moeder, maar ze had geen enkel antwoord paraat. De oplossing zou vast komen na een nachtje slapen, hoopte ze en daarom zei ze dat morgen er een antwoord zou komen van haar. De kinderen gingen een voor een naar bed, de kleinsten het eerste en de oudsten wat later. Toen het rustig geworden was in de kamer plofte de moeder op de bank en haar gedachten gingen uit naar de eerste ontmoeting met Max. Het was alweer een aantal jaren geleden dat haar man de dag voor Kerst belde, alle kinderen waren al vrij van school en speelden buiten, druk in de weer met sneeuwballen gooien en sleeën. Hij vertelde dat op zijn werk in de hal onder een enorme kerstboom een hond gesignaleerd was. Hij lag er helemaal weggekropen en kwam niet meer onder de boom vandaan. Vuil en zwaar verwaarloosd zag hij er uit en was in een onbewaakt moment naar binnen de grote hal ingeslopen. Hij had nergens een thuis dat was wel duidelijk te merken. Men was bij die firma niet van die hond gediend en men had het plan om een dierenarts te bellen om de hond een spuitje te geven zodat niemand er meer last van zou hebben. De vader hoorde dat en vond het absoluut geen goed plan. Hij belde daarom zijn vrouw om haar te vragen te komen kijken naar die hond. Je weet maar nooit. De moeder kwam ook na een tijdje en had alle kinderen bij zich.



Met z’n zevenen stonden ze daar bij die boom en keken naar de hond, maar hoe lief ze hem ook toespraken, hij gaf geen krimp. “Hij is zielig hè mam,” zei de jongste en begon zachtjes te huilen. “Doe niet zo flauw, “zei de oudste, “we nemen hem gewoon mee naar huis.”
“Dat kan zomaar niet,” zei de moeder, “hij is misschien wel ziek of zo en moet je kijken hoe hij eruit ziet. Daar heb ik dagen werk mee en morgen is het al Kerstmis. Sorry, maar we gaan gewoon weer naar huis. “Verwijtend keken alle kinderen naar hun ouders en de moeder voelde zich erg naar en van binnen dacht ze, als hij nu toch nog opstaat en ons achterna loopt dan mag hij mee naar huis.
En wat gebeurde er? Toen ze bijna bij de deur waren kwam de hond strompelend onder de boom vandaan en volgde het gezin. Vader keek naar moeder en zij naar hem en vader zei; “het lijkt erop dat we dit jaar met Kerst een hond hebben gekregen. Ja, “zei de moeder en dacht aan al het werk wat dat zou gaan brengen.
Thuis aangekomen heeft de vader de hond naar binnen gedragen en tot tweede kerstdag heeft die onder de tafel gelegen zonder verder nog een stap te zetten. Hij at niet, alleen lebberde hij af en toe een bak met water leeg. Er was altijd wel een kind in zijn buurt te vinden. Met eindeloos geduld spraken ze tegen hem en uiteindelijk kwam hij na dagen tevoorschijn.



Hij is nooit meer weggegaan en elk jaar met het kerstfeest is hij ook een beetje jarig. De moeder vreest de dag dat hij er niet meer zal zijn, want hij is oud inmiddels.  Ineens wist ze ook, denkend aan Max, het antwoord op de vraag van de kleine blonde meid. Natuurlijk was er ook een hond bij het Jezuskind, net als bij hun, want waar een os en een ezel kunnen zijn is vast ook een hond, net als hun Max en Jezus houdt net zoveel van hem als zij van hun kersthond. Het sprak zo vanzelf dat iedereen is vergeten hierover wat te schrijven, dacht ze. En zo zal Max ook altijd bij hun blijven in het verhaal van het Jezuskind en de hond, Ze stond op, blies de Adventlantaarn uit en schonk zichzelf een lekkere kop thee in blij met het gevonden antwoord. Max kwam aan haar voeten liggen en viel na een diepe zucht in slaap. Zo rond de kerstdagen is hij altijd zo gelukkig daar in dat huis en iedereen met hem

©Meggy van Oudenhoven
Log in om een reactie te plaatsen.
Inloggen

Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Registreren
Wachtwoord vergeten
Account activeren
Wie is er online
Er zijn op het moment 0 gebruikers online
Recente blogposts
Meer
Recente reacties