Nieuw.us | CVKoers en de recensies van de TOP 15

Counter

CVKoers en de recensies van de TOP 15
Tue. 06/03/12 — Lodewijk Den Breejen
Dit zijn de vijftien beste christelijke romans. Althans, volgens het Christelijk Literair Overleg (CLO). Dat bestond in 2011 vijftien jaar en maakte daarom deze lijst. Vijf beroepslezers laten op ons verzoek hun licht schijnen over deze selectie.

Vonne van der Meer, Eilandgasten
(Uitgeverij Contact, 1999)

In een vakantiehuisje ligt een gastenboek waarin een divers gezelschap notities maakt. Blader erdoorheen en een wereld gaat voor je open.

Eilandgasten  is een boek dat opvalt door zijn eenvoud en originele aanpak. Vonne van der Meer verbindt de levens van haar personages met elkaar, doordat zij allemaal verblijven in hetzelfde vakantiehuisje. In de prachtige motieven van deze roman komt het christelijk geloof op een originele, subtiele manier aan de orde. De vervolgdelen zijn misschien wat meer van hetzelfde, maar met deze roman heeft Vonne van der Meer zeker iets toegevoegd aan de Nederlandse religieuze literatuur. In een officieuze canon hoort dit boek dus zeker thuis, al zou ik het niet in het hokje ‘christelijke literatuur’ willen opsluiten.

Frans Verbaas, Heilig vuur
(Uitgeverij Mozaïek, 2009)

Calvijn was niet de makkelijkste man. Hij werd gedreven door angst voor autonomie, maar gedragen door de liefde van zijn vrouw.

Genève ten tijde van Calvijn. Verbaas beschrijft op een boeiende manier het leven in die tijd, gezien door de ogen van een collega van de reformator: Henri de la Mare. Hij werd op den duur de tegenstander van Calvijn en moest het uiteindelijk zelfs tegen hem afleggen. De schrijver Stephan Zweig schreef dat zodra Calvijn in Genève kwam, alle vreugde in de stad plaatsmaakte voor een strenge zwartgalligheid, waarbij niet te leven viel. Zo ver gaat Verbaas niet, zijn boek is genuanceerder. Heilig vuur is misschien niet de meest verrassende titel in het rijtje, maar de naam Verbaas mag in een christelijke canon zeker niet ontbreken.

Maria Rosseels, Dood van een non
(Uitgeverij Houtekiet, 1967)

Na het verlies van drie geliefden besluit Sabine het klooster in te gaan. Een roomse roman die niet misstaat in een calvinistische canon.

De bijzondere titel van dit boek zet je direct aan het denken: hoe is ze doodgegaan? Maar de roman gaat meer over het leven van Sabine dan over haar sterven, en vooral over het sterven in haar leven. Dood van een non van de Vlaamse Maria Rosseels hoort echt thuis in een rijtje christelijke klassiekers. Haar werk heeft de toon die past bij een groot schrijfster: ze peilt de diepten en hoogten van het leven en ze stelt existentiële vragen die van alle tijden zijn. Sabines eerlijke verhaal over haar geloofscrisis leest misschien minder vlot weg dan de meer eigentijdse werken in deze lijst, maar daartegenover staat dat trager proza wel lang meegaat. (Denk bijvoorbeeld aan Het geschonden geweten van Graham Greene.) Gezien de aandacht die er in christelijk Nederland is voor het kloosterleven, is het boek qua onderwerp verrassend actueel.

Mance ter Andere, Jij
(Uitgeverij Mozaïek, 2010)

De strijd van Ter Andere tegen gereformeerde zekerheden verraadt zijn gereformeerde origine; niettemin een intrigerend schrijverschap.

Mance ter Andere is een literair auteur die ertoe doet. Hij schreef een klein aantal romans en novellen met een veelal flitsende en trefzekere stijl. Dit geldt ook voor de roman Jij (2010), waarin Ter Andere speelt met het vertelperspectief: hij schreef het verhaal in de jij-vorm. Wie is degene die jij zegt? De auteur? God? Ter Andere verwart zijn lezers graag. In al zijn boeken toont hij een sterke betrokkenheid bij kerk en christenheid, vaak met een kritische instelling, die in Jij ook bittere trekken vertoont. Het ergert hem dat een homofiele liefdesrelatie niet als vanzelfsprekend wordt ervaren in zijn kerkelijke kring. Dat is het hoofdthema van Jij. De roman is grotendeels een betoog bij een ferm ingenomen standpunt. Ter Andere toont hiermee dat de appel niet ver van de boom valt: de intolerante zekerheid die hij bij gereformeerden kritiseert, is ook het handelsmerk van zijn eigen schrijverschap.

Marianne Witvliet, Kind van het water
(Uitgeverij Mozaïek, 2008)

Bevindelijkheid is de biotoop van Witvliet; zij tast naar de bijzondere #aanwezigheid van God in ons bestaan, en raakt die soms ook.

Dat Marianne Witvliet met een roman op deze lijst van vijftien staat, is terecht. Haar boeken zijn niet van uitzonderlijk niveau, maar stijgen wel uit boven de middelmaat: ze zijn inhoudelijk doordacht, qua stijl verzorgd. Zo ook Kind van het water. Het is een typisch Witvliet-boek, met grote aandacht voor de psychische verwerking van kwetsuren die we kunnen oplopen. Tegelijk is het psychologische perspectief gezuiverd van voor de hand liggende patronen, wat haar in eerdere boeken soms minder goed lukte. Wat Witvliet onderscheidt van andere christelijke auteurs, is de bevindelijk-gereformeerde sfeer van haar boeken. Dat is anders dan een gereformeerd-vrijgemaakte, een doorsnee protestantse of een katholieke setting. Haar proza poogt het geheim te benoemen van de onherleidbare aanwezigheid van God in ons bestaan. Genade komt bij Witvliet helemaal van de andere kant, en op haar beste momenten komt het ook aan in de levens van haar personages.

Louis Krüger, Wederkomst
(Uitgeverij Mozaïek, 2001)

Rasschrijver Louis Krüger toont zijn #meesterschap ook als de zaak uit de hand loopt: zijn Wederkomst is mooi, maar niet perfect.

Louis Krüger is een van de beste christelijke auteurs van de afgelopen twintig jaar. Voor deze selectie zou ik eerder kiezen voor Herinnering aan Agnes (1996): een roman die een sterke eenheid vormt, terwijl Wederkomst twee min of meer ongelijksoortige delen bevat (die overigens niet officieel als ‘delen’ zijn aangeduid). Het eerste deel kenmerkt zich door een focus op het gewone leven, waarvan de diepte zich verschuilt in alledaagsheid. Daarna komen de apocalyptische beelden: de verontrusting van een nieuwe werkelijkheid. Wat geloofwaardigheid betreft bestaat er een verschil tussen beide delen. Toch is deze asymmetrie geen reden om deze roman als niet-geslaagd te kwalificeren. Vooral niet omdat Krüger er vaak in slaagt echt goed te schrijven en in staat blijkt om haarscherp het bestaan en het innerlijk van zijn hoofdpersoon te ‘pakken’ met eigensoortige metaforen. Krüger is een rasschrijver; ook een imperfect boek van zijn hand is een reden tot dankbaarheid.

Willem Jan Otten, Specht en zoon
(Uitgeverij Houtekiet, 2004)

Terwijl menig auteur het geloof verlaat en van zich afpent in een poging het los laten, schrijft Otten het juist naar zich toe. #zonderjeuk

Een christelijk geïnspireerde roman over leven en dood vanuit een merkwaardig perspectief: de verteller is een schilderij in wording. Dat is Specht en zoon. Dat lijkt nog geen aanbeveling, maar Otten heeft hiermee desondanks voor mij de beste Nederlandstalige christelijke roman tot dusver geschreven. De schilder, die door het doek als schepper wordt aangeduid, krijgt de opdracht om een dode tot leven te wekken. Dat brengt hem wel heel dicht op de scheidslijn van leven en dood.
Het perspectief van een schilderij is riskant en moet verdraaid goed in elkaar zitten, wil je dat als lezer accepteren. Otten slaagt daar ruimschoots in en speelt er zelfs mee door het doek gedachten te geven als: ‘het kan niet anders of ik word in het vuur geworpen (...) Ik vertel dit nu al, anders sluit u zodra u begrijpt wie ik ben dit boek’.

Janne IJmker, Achtendertig nachten
(Uitgeverij Boekencentrum, 2008)

Er zijn wellicht te veel levensbiechten in de literatuur, maar ze zijn zelden zo authentiek als deze. Slechts een paar grootmoeders geleden.

IJmker bewijst dat een plot niet heel origineel hoeft te zijn om een goede roman af te kunnen leveren: een man wordt vermoord. Zijn echtgenote wordt gevangengezet en overdenkt haar daad. Dat is het. Maar door te spelen met taal en tijd is dit boek een perfecte illustratie van het verschil tussen een streekroman en literatuur. In flashbacks word je meegenomen naar de jeugd van Elsjen en naar haar mislukte huwelijk. Wanneer het vonnis uiteindelijk wordt voltrokken, heeft Elsjen vrede met haar lot. Ondertussen krijg je als lezer steeds meer moeite om vast te stellen of de vrouw nu schuldig is of niet. Gebaseerd op een gifmoord die in 1767 daadwerkelijk plaatsvond. Een fantastisch tijdsbeeld.

Els Florijn, Het meisje dat verdween
(Uitgeverij Mozaïek, 2010)

Het verhaal op zich grijpt je al zo bij de strot, dat de auteur nauwelijks hoeft te kunnen schrijven om te boeien. Maar dat kan ze wel.

De joodse familie Frank duikt onder als ze zich in 1943 moet melden in kamp Vught. Behalve de driejarige Ditte, want een peuter in de onderduik, dat is geen doen. Zo’n kindje laten ze vast wel met rust.
Tot zover de feiten, de rest is fictie. Daarbij is razend knap dat Florijn niet teert op het aangrijpende van kleine kinderen in de grote oorlog. Zij werkt veel subtieler. Daardoor wordt haarscherp duidelijk hoe allesverterend je eigen onmacht kan zijn en hoezeer je anderen diezelfde onmacht kunt verwijten. En dat zonder sentimenteel te worden. Daarmee overtreft deze roman moeiteloos de enorme veelheid aan boeken met dezelfde thematiek.

Joke Verweerd, De wintertuin
(Uitgeverij Mozaïek, 1995)

Rituele zondagsheiliging, maar beschadigingen aan de jonge ziel. Hoe als kind dan opnieuw te beginnen? #Beklemmend

De hoofdpersoon van deze roman wil loskomen van haar ongelukkige kinderjaren. In de beschrijving van deze worsteling ligt de kracht van het boek. Talrijke en gedetailleerde flashbacks nemen Ikabod daarmee terug naar haar jeugd. De stijl van Verweerd is mij daarbij te beschaafd en ongecompliceerd. Als er geworsteld moet worden wil ik dat merken, in taalgebruik en verhaallijn. Laat het maar schuren en pijn doen. Het thema uit Jesaja, dat God een nieuw begin maakt, komt vaak en vroeg voor in deze roman.
Wat mij aanspreekt, is de figuur van meester Molenaar. Aangrijpend om te ervaren hoe niet alleen beschadigende ervaringen lang doorwerken, maar ook warme aandacht en kleine menselijke gebaren voor een kind blijvend van grote waarde blijken te zijn. Het effect daarvan werkt nog altijd, zelfs na tientallen jaren.

Pieter Nouwen, Het negende uur
(Uitgeverij Thoth, 1997)

Lezen en vooral herlezen, met een uitvoering van de Matteüspassie op de achtergrond. Genoeg voer voor #meditatie.

Is een christelijke roman per definitie moralistisch en daarom saai? Pieter Nouwen bewijst het tegendeel met Het negende uur. Het boek koppelt op mysterieuze wijze een spannende plot waarin een rechercheur een sterfgeval onderzoekt, aan een grenzeloze bewondering voor de Matteüspassie van Bach. Het verhaal raakt daarbij zijdelings aan christelijke basisvragen over lijden en zingeving. Het is een boek dat de lezer stevig aan het denken zet: mag ik bestaan? Hiermee is wat mij betreft voldaan aan de belangrijkste voorwaarde om te kunnen worden opgenomen in deze erelijst. Nouwen richt de schijnwerper op pure schoonheid, schudt de lezer op en laat hem met vragen achter.
Het is geen eenvoudig boek, dus ik ga het dit jaar voor Pasen in alle rust herlezen.

Rick de Gier, Nineve
(Uitgeverij Brandaan, 2011)

Zoektocht met filmische ontknoping naar ‘the one memory you would take with you’. #comingofage story #Eigentijds #BAM!

Bijzonder om een boek dat net een jaar oud is op te nemen in deze lijst, maar het is een terechte erkenning. Nineve verdient veel lezers. Het is een boek van deze tijd. Een multimediaal project waarin alles klopt: een boeiende roman, ingelijst in (strip)tekeningen, geleverd met een cd waarop de verhaallijn muzikaal schitterend verdergaat en wordt ondersteund door YouTubefilmpjes. Alle zintuigen worden ingeschakeld om het beeld van de hoofdpersoon compleet te krijgen. Daan probeert te ontsnappen uit een benauwend evangelisch-christelijk milieu. Hij is ervan overtuigd dat ieder mensenleven moeiteloos kan worden samengevat in anderhalf uur beeldmateriaal. In zijn zoektocht naar die momenten in zijn leven die hij kan opnemen in de eindselectie vindt hij geen rust. Heel die reis wordt ingeklemd tussen twee visioenen, waarin Daan optrekt met Jezus die de weg wijst in een bloedrode Cadillac. Kijk, dat geeft dan weer houvast in de eenentwintigste eeuw.

Frans Kellendonk, Mystiek lichaam
(Uitgeverij Athenaeum, 1986)

Een homo wiens vrekkige vader hem haat, maar diens zus adoreert. Zij baart leven en hij loopt dood in de #mannenliefde.

Mystiek lichaam hoort zonder twijfel thuis in deze lijst, als je het boek op zijn literaire waarde beoordeelt. Behalve zijn stilistische schoonheid die bladzij na bladzij blijft fascineren, biedt Kellendonk in dit boek een persoonlijk destillaat van de wereldliteratuur. Hij verwijst naar de Grieken, de Bijbel, Shakespeare en een rits vaderlandse auteurs. De beoordeling van het christelijke gehalte van dit boek is complexer. Het is kunstig doorweven met christelijke symboliek, ethiek en cultuurkritiek, maar dat het daarmee christelijk is (verwijst naar Christus) is moeilijk te verdedigen: verlossing of een verlosser komen er niet in voor. Wel zijn de sporen die het boek nalaat indrukwekkend genoeg om te verkennen. Mystiek lichaam is een boek waar christenen het met elkaar over moeten hebben. Mijn stem heeft het.

Robert Haasnoot, Waanzee
(Uitgeverij de Geus, 1999)

Een vissersboot verandert in een gekkenlogger, door een storm van gereformeerde #godsdienstwaan. Naar een gebeurtenis uit 1915.

Je hebt knappe verhalen en je hebt literatuur. Waanzee is een voorbeeld van de eerste, maar niet van de tweede categorie. Matroos Arend Falkenier raakt verstrikt in godsspraken en waanideeën: hij wil de bemanning van de logger Noordster ZW 171 naar Jeruzalem voeren. Haasnoot vaart als verteller een rechte koers naar het logische einde  van dit verhaal: het krankzinnigengesticht. Met levensechte personages, sprekende sfeertekeningen en een geloofwaardig plot is dit een fraai boek voor wie een spannend, oer-Hollands drama wil meebeleven. Bovendien is het psychologisch en historisch interessant. Maar hoort het daarmee thuis op een lijst van literaire toppers? Niet volgens een gevoelscriterium dat ik losjes toepas: een niet-literair boek wil je na het lezen weggeven of -gooien; een literair werk hou je vast om er nog eens naar terug te keren.

B. Nijenhuis, De Tornado
(Uitgeverij Kok, 1956)

Smeulend onheil rond de idyllische ‘vloekhoeve’, een boerderij waar drie mensen een verbeten strijd aangaan met God, elkaar en zichzelf.

De Tornado van B. Nijenhuis ademt literaire kracht. Deze roman van Nederlandse bodem is een verrijking voor literatuurliefhebbers, christelijk of niet. Het is een boek over geloofsvragen, dat nu eens niet gaat over de open wonden van ex-gereformeerdheid of over de pleisters van al te snelle christelijke antwoorden. De Tornado is een volwassen roman met sterke hoofdrolspelers wier verhalen tot ons komen met een vertelkracht die niet wordt begrensd door doelgroepen en dogma’s. Een verdienste van Nijenhuis is dat hij nergens het schrijven verwart met preken, moraliseren of entertainen, hoewel zijn milde humor bij vlagen zeer vermakelijk is. Met zulke kwalificaties verdient dit boek zonder meer een plek in de canon van de Nederlandse christelijke literatuur.

De boeken zijn gerecenseerd door: Monica van den Berg, Tjerk de Reus, Theo Hofstede, Gert Jan van Rietschoten en Stephen Teeuwen.
Log in om een reactie te plaatsen.
Inloggen

Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Registreren
Wachtwoord vergeten
Account activeren
Wie is er online
Er zijn op het moment 0 gebruikers online
Recente blogposts
Meer
Recente reacties