Nieuw.us | Te heet onder de voeten

Counter

Te heet onder de voeten
Tue. 12/07/11 — Lodewijk Den Breejen
Hoogtelijn 3/2011

Opwarming aarde verandert bergsport

door: Joop Spijker , Nederlanse Milieu Groep Alpen

We kunnen er niet omheen: de aarde warmt op en dus ook de Alpen. Gletsjers smelten, rotswanden storten in, het landschap verandert.

In de Alpen bereiken de gletsjers, die in de Middeleeuwen fors zijn teruggesmolten, in de Kleine IJstijd een nieuw hoogtepunt. Dat is rond 1850. Zo wordt het hotel in Gletsch aan de voet van de Furkapas ontruimd en zijn er plannen om het hele dorp te evacueren. De groeiende Rhonegletsjer is opgerukt tot vlak voor Gletsch. Daarna verdwijnt er weer veel ijs; menige gletsjer is zelfs volledig weggesmolten. Naar schatting is nu tweederde van de hoeveelheid gletsjerijs van rond 1850 in de Alpen verdwenen. Daarna is het gletsjerijs ook minder dik. Tegenwoordig is vanuit Gletsch nog slechts een puntje van de gletsjer te zien; kilometers vr en hoog boven Gletsch.

De afname van de dikte van de Alpengletsjers is goed te zien bij de Konkordiahutte in het hartje van de Berner Alpen. Eind 19e eeuw wordt hier de eerste hut gebouwd, enkele meters boven de rand van de Grosse Aletschgletsjer. Nu moet je via een stelsel van trappen en ladders 150 meter omhoog klimmen. Nog duidelijker waarneembaar is het afsmelten in de Pyreneeen. De gletsjers aan de Spaanse kant zijn, aldus het Spaanse ministerie van Milieu, tegen het midden van deze eeuw volledig gesmolten.

Korstmos
De teruggang van gletsjers gebeurt wereldwijd. Uit waarnemingen blijkt dat in veel vergletsjerde gebieden de gemiddelde temperatuur flink is toegenomen. De kortere periode dat er op en rond de gletsjers sneeuw ligt, speelt hierbij een belangrijke rol. Er wordt minder straling van de zon teruggekaatst en het gebied warmt daardoor meer op. Bij veel gletsjers in de Alpen zijn educatieve paden aangelegd met uitleg over de teruggang. Aan de hand van bijvoorbeeld fossiele zij- of eindmorenes wordt getoond hoever en hoe hoog de gletsjer vroeger reikte. Mooie voorbeelden van dit soort paden zijn te vinden bij de Bovalgletsjer in het Berninagebied en bij de Pasterze in Oostenrijk.

De Bovalgletsjer bereikt in de Kleine IJstijd zijn grootste lengte in 1857. De gletsjer eindigt vlak voor het later gebouwde station Morteratsch van de Berninaspoorlijn. Sinds 1878 wordt de gletsjerstand van de Bovalgletsjer bijgehouden. Tot 2008 is die 2,2 kilometer korter geworden. De gemiddelde teruggang is 17 meter per jaar. Topjaar was 2003 met een teruggang van 77 meter. Slechts in vijf jaar sinds 1878 is een toename van de lengte gemeten, waarbij die meestal enkele meters is. Bij andere gletsjers is ook goed te zien hoe hoog het gletsjerijs rond 1850 stond. Soms zie je de oude zijmorenen nog goed. De top van de zijmorene laat zien hoe hoog het ijs heeft gestaan. Een ander duidelijk kenmerk is de afwezigheid van grote korstmossen op rotsen en rotsblokken die in de recente historie door gletsjerijs zijn bedekt. Korstmos groeit maar 0,2-0,6 milimeter per jaar.

Onzichtbaar ijs
Niet alleen het zichtbare ijs van gletsjers en ijswanden is in hoog tempo afgesmolten. Ook de grens van de bevroren ondergrond, de permafrost, in de Alpen is naar boven verplaatst. Permafrost heeft een belangrijke functie voor de stevigheid van hellingen en rotspartijen. Als het ijs in de rots smelt, leidt dit tot instabiliteit van de helling of kunnen hele rotspartijen naar beneden komen. Een spectaculair voorbeeld is een ineenstorting van een deel van de oostzijde van de Eiger. In de zomer van 2006 komt daar 500.000 kubieke meter rots naar beneden. Gelukkig is dit deel van deze berg niet of nauwelijks bezocht. zodat er geen doden te betreuren zijn. In datzelfde jaar gebeurt er een ernstig ongeluk op de snelweg in Uri naar de Gotthard-tunnel, omdat grote rotsblokken op de snelweg storten. Ook verschillende routes op de graten van de Matterhorn zijn instabiel geworden door het opdooien van de permafrost. In de warme zomer van 2003 moeten op 16 juli negentig alpinisten van de Hornligraat worden gered, omdat ze niet meer terug kunnen na een grote instorting op de graat onder hen. De Hornligraat blijft wekenlang gesloten. In de week voorafgaand aan dit incident is volgens het Zwitsers Meteorologisch Instituut de nulgradengrens opgelopen tot 4.800 meter, een nieuw record. In 2006 gebeurt hetzelfde op de Liongraat van de Matterhorn. Hier zitten 25 personen vast door een instorting onder hen. Een van de moeilijkste rotsroutes in het Mont-Blancgebied, de Bonattipijler op de Petit Dru (3733 meter) stort in september 1997 voor een belangrijk deel in. Deze route is nu niet meer te doen. Er is in 1998 wel een nieuwe route door de oostwand geopend.

Wereldtemperatuur
De opwarming van de Alpen verloopt sneller dan in de lagere delen van Europa. Gedurende de 20e eeuw stijgt de gemiddelde temperatuur in de Alpen met ruim 1 graad celcius, terwijl dit gemiddeld over de wereld o,6 graad celcius is. De oorzaak hiervan is de afgenomen sneeuwbedekking. Ook de Arctische gebieden rond de Noordpool hebben een sterkere opwarming dan gemiddeld. Belangrijke factoren voor veranderingen in het klimaat zijn onder meer de activiteit van de zon, vulkaanuitbarstingen en de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer. De opwarming van het klimaat tt 1950 wordt toegeschreven aan de toegenomen activiteit van de zon. De sterke opwarmming vanaf 1950 vooral aan de toename van broeikasgassen. Koolstofdioxide (CO 2) is de de belangrijkste. Wetenschappelijke modellen laten zien dat de uitstoot van broeikasgassen nog steeds toeneemt. Daardoor wordt een verdere stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur verwacht. Alleen als we de uitstoot van broeikasgassen in de loop van deze eeuw met 80 procent reduceren, is de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur tot onder de 2 graden celcius te beperken.

Routes veranderen
Voor bergsporters zijn belangrijke veranderingen al zichtbaar. Door het verdwijnen van gletsjers en ijswanden veranderen sommige routes van karakter. Wat eens een traditionele sneeuw- en ijswand was, kan nu een mixed of rotsroute zijn. Veel Ijswanden in de Alpen zijn verdwenen, of gevaarlijker geworden doordat ze deels zijn gesmolten en er brokkelige rots tevoorschijn is gekomen. Zo is de vroeger populaire noordwand van de Hohe Riffl (3338 meter) in het Grossglocknergebied sinds 2003 geen doorlopende ijswand meer. De Strahleggpass in de Berner Alpen is begin vorige eeuw een eenvoudige gletsjerovergang van het Grimselgebied naar Grindelwand. Tegenwoordig is de pas een hoge rotswand die niet gemakkelijk te beklimmen is en een groot risico heeft vanwege steenslag. Door de opwarming worden hellingen en rotswanden instabiel. Denk daarbij aan moreneruggen langs een gletsjer die sterk gekrompen is. Door uitsmelting wordt ook het steenslaggevaar groter. Steenslaggevaarlijke wanden zijn te herkennen aan vers puin dat onder de helling verspreid ligt. Maar verrassingen zijn altijd mogelijk. Zo stort in juni 2007 bij de Konkordiahutte een Franse berggids in een spleet. De gids is onderweg naar het gebruikelijke punt om zich in te binden voordat hij de gletsjer op gaat. Hij valt echter daarvoor al in een gletsjerspleet die zich in het ijs onder de zijmorene had verborgen. Duizenden klimmers zijn hem niet-aangebonden voorgegaan in de veronderstelling dat het veilig is. In sommige gebieden zijn hoogalpiene toegangroutes verlegd of wegen naar de hut aangepast. Niet altijd zijn oude markeringen zoals steenmannetjes allemaal verwijderd.

Watergebrek
Klimaatopwarming stelt huttenbeheerders voor grote problemen. Soms wordt een hut zelfs ontruimd doordat de plek waar die staat instabiel is geworden, een voorbeeld hiervan is de oude Capanna Coaz in het Berninagebied. Een andere belangrijke zorg zijn veilige aanlooproutes vanuit het dal. De huttenpaden naar de Capanna del Forno en de Oberaletschhutte waren vroeger eenvoudige routes over de gletsjer. Nu deze gletsjers zich terugtrekken zijn er nieuwe goed gezekerde paden aangelegd, omdat de oude te gevaarlijk zijn. Een ander probleem is de watervoorziening van de hutten. In veel gebieden zijn hutten hiervoor afhankelijk van sneeuw. In 2003 zijn enkele hutten, zoals de Goppinger Hutte, gesloten vanwege watergebrek. Om deze problemen voor te zijn, investeren veel hutten in waterbesparende maatregelen, zoals composttoiletten. De uitbaters van de Cavardirashutte bedekken sinds enkele jaren eind juni een sneeuwveld van zo'n 250 vierkante meter met wit isolatiemateriaal, zodat het minder snel afsmelt en er aan het eind van de zomer ook nog water is.
Log in om een reactie te plaatsen.
Inloggen

Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Registreren
Wachtwoord vergeten
Account activeren
Wie is er online
Er zijn op het moment 0 gebruikers online
Recente blogposts
Meer
Recente reacties