Nieuw.us | 5 havo 2012-2013 ED2

Counter

5 havo 2012-2013 ED2

Aantekeningen bij schoolexamen III - 2013


Hoofdstuk 10: Karakter of omstandigheden

p. 126: linkerkolom en rechts Proust
p. 127: rechterkolom, eerste alinea
p. 129: linkerkolom: morel sence; confabulaties; attributiefout
p. 130: linkerkolom over 'geld'
p. 131: vanaf: Wees klaar om held te zijn!

Hoofdstuk 11: Rechtvaardigheid
p. 134: linkerkolom over ons begrip van menszijn in relatie tot rechtvaardigheid
p. 135: rechterkolom over publieke, private en persoonlijke rechtvaardigheid
p. 136 en 137: hele bladzijde
Hoofdstuk 12: Het goede leven

p. 142: hele bladzijde
p. 143: rechterkolom over neurofilosofie
p. 144: hele bladzijde
p. 145: rechterkolom over rationele ethiek; plichttheorie en utiliteitsdenken
p. 146: Gaat de rationele ethiek uiteindelijk zelf zitten op de stoel van de goddelijke openbaring die ze daarvoor juist afwees [verlichting!}?
p. 147 tm. 150: alle bladzijden helemaal, vooral over het pragmatisme
p. 151: hele bladzijde over pragmatisme en eventueel apart moraalsysteem
p. 151 en 152 helemaal: wat 'maakt' het goede leven?!

Aantekeningen bij Schoolexamen II - 2012


Hfst. 7: Inleiding in de Ethiek [vanaf bladzijde 80]

p. 80: definitie ethiek [eerste alinea] en definitie moraal [rechterkolom laatste alinea]

p. 81: Wat is een submoraal? [recherkolom]

p. 82: Persoonlijke moraal? [rechterkolom geeft samenvatting; begin 2e alinea]

p. 83: De 5 kenmerken van morele oordelen: rechterkolom: 1. oeverrules: komt het hardst aan 2. prescriptief: voorschrijvend: zet aan tot bepaalde actie [2e alinea]

p. 84: rechterkolom, 3e alinea: universeel geldig: meestal overal hetzelfde bijvoorbeeld: gij zult niet doden [er zin wel uitzonderingen]

p. 85: Vierde kenmerk, 1e alinea: welzijn groep/gemeenschap [niet alleen persoonlijk maar wordt ook grotendeels gedeeld door de groep omdat de groep er gemeenschappelijk voor deel in ziet; 5e aspect: direct,krachtig en vol emotie.

p. 86: Onder 7.4 staat in de vierde en vijfde regel een definitie van ethiek : ethiek is de theorie en de moraal is de praktijk, de uitwerking.

p. 87: Ethische vraagstukken kun je op verschillende manieren benaderen: 1. natuurlijk [rechter kolom] dus: wees jezelf in je morele oordelen!

p. 88: Voorbeeld : liefde en trouw als ethisch uitgangspunt en de moraal die soms anders uitwerkt: vreemdgaan [p. 89: rechterkolom[, dus er is soms sprake van spanning tussen de theorie en de praktijk.

p. 89: Rechterkolom: 3e alinea: gevolgenethiek: als je het vreemdgaan probeert uit te leggen ben je bezig met gevolgenethiek.

p. 90: Rechterkolom: plichtsethiek of handelingsethiek: het gaat nu niet in de eerste plaats om de juiste handelingen maar om de juiste instelling, van waaruit je de dingen doet die je goed vindt [p. 91 vervalt].

p. 92/93/95 Zijn moraalsystemen overal en altijd hetzelfde? Nee, ieder land en elke streek heeft zijn eigen gewoonten en gebruiken.

p. 95/96/97: Veranderen moraalsystemen in de tijd? Ja, daarom veranderen de wetten in een land ook regelmatig.

Hoofdstuk 8: Rationele ethiek

p. 100: Wat is rationalisme en rationele ethiek? Verstandelijke overwegingen brengen ons tot een oordeel over wat te doen in een bepaalde situatie.

p.101: Algemene principes: uitgangspunten waar je vanuit gaat, zoals Jezus : doe een ander niet aan wat jezelf ook niet wilt overkomen. Bij voorbeeld stelen, liegen of nog erger.

p. 102: Deontologische ethiek: de mens bezit een goede wil weaardoor hij of zij de plichten [verplichtingen] kan vervullen. Rechter kolom: eerste alinea: Categorische Imperatief: het geldt onvoorwaardelijk: wat moet, je kunt er niet echt onderuit. Zie hiervoor ook bladzijde 103.

p. 104/105: Rationaliteit en moraliteit samengebracht: 1. gaat uit van algemene praktische beginselen 2. gaat uit van zijn eigen afwegingen en laat zich niet zomaar door anderen in een redenering of gedrag meeslepen 3. Conclusie: een rationeel mens maakt zelf de wetten.

p. 106/107/109/110: Utilisme: 8.4: letterlijk: nut. Je doet enkel de dingen die nut of zin voor je hebben.

p. 110/111/112: rechter kolom: 8.5 Deugdethiek: beginselen waar je vanuit gaat: het goede; liefde; eerlijkheid; trouw enz.

p. 112/113/114: Zijn deugden altijd sociaal? Meestal wel, maar niet altijd. Vreemdgaan in een relatie is in de meeste relaties een aanslag op trouw, maar je kunt bijvoorbeeld ook elkaar vrij laten in een relatie en dan is het geen vreemdgaan maar heet het: een open relatie! En is het dus een deugd geworden, zoals de Franse filosofen Jean Paul Sartre  en Simone de Beauvoir praktiseerden.

Hoofdstuk 9: Moreel gevoel

p. 118/119: Moreel gevoel en morele intuitie: in de ethiek is het verstandelijk op een rijtje gezet, daarnaast is er echter ook een grote plaats ingeruimd voor gevoel en intuitie. Het is best moeilijk om de juiste verhouding hiertussen vast te stellen, misschien is die verhouding ook niet steeds hetzelfde.

p. 119: Mens is van nature goed: een uitgangspunt dat binnen de filosofie vaak gehanteerd wordt. Dan kun je goed blijven handelen door de goede opvoeding, kennis; 'eucharistie e.d. Er zijn anderen die vinden dat de mens van nature slecht is en enkel door genade van God tot het goede kunnen komen [door overgave, gebed].

p. 120: Moral sentiment: moraal is hier een kwestie van gevoel en niet van verstand. Met name in Schotland bestond zo'n filosofische stroming.

p. 121/122/123: Sociaal intuitie model: drie principes: 1. primaat van de intuitie: het staat voorop 2. denken is gericht op doen: de bewuste daad 3. moraliteit bindt en bouwt: het brengt mensen samen: samen sterk! Een uitdrukking van menige politieke partij en vakbond.

Aantekeningen SE II Werkboek - 2012


p. 77/78: Casus: letterlijke betekenis: kwestie of zaak. Het onderwerp van deze casus is het kraken van leegstaande huizen.

p. 83/84: Wie is William James? Dit is een filosoof die tevens godsdienstpsycholoog is. Hij heeft een wereldberoemd boek geschreven: Varianten in religieuze beleving, hierin geeft hij veel godsvoorstellingen weer in alle wereldculturen maar hij gelooft zelf niet. Verder leren: alleen de Nederlandse tekst.

p. 84/85: De ethiek volgens Aristoteles: het goede is het doel van een activiteit. Je kunt verschillende doelen hebben maar het goede is het hoogste doel. Het doel van de mens is uiteindelijk om als mens goed te functioneren. Hij was de leerling van Plato en Plato was weer de leerling van Socrates.

p. 94/95: Culturele antropologie :  het onderzoek naar de oorsprong en aard van waarden en normen in een cultuur, leefgemeenschap.

August Comte gaat uit van het positivisme: de zekerheden van de wetenschap. De drie stadia van Comte zijn: 1. rationalisme 2. empirisme 3. wetenschap als kroon op het onderzoek van de mens.

Met het kolonialisme van de stadsstaat Athene wordt bedoeld: de verkettering van alles wat niet beantwoordde aan de maatstaven van de Atheense cultuur.

p. 101/102/112/128/135: casus

p. 113/114/115: Kant's casus over lenen. Kant en 'maxime' , dit is een voorschrift die als algemeen geldend moet worden voorgesteld. Immanuel Kant ging er vanuit dat we alles met ons verstand moesten doorgronden, want als mens hebben we geen ander gereedschap.

p. 116/118/119: John Stuart Mill gaat in het utilitarisme uit van twee basisprincipes: 1. het grootste geluk nastreven 2. het principe van de menselijke natuur: een fundamenteel verlangen naar eenheid en harmonie met de medemensen.


Inloggen

Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Registreren
Wachtwoord vergeten
Account activeren
Wie is er online
Er zijn op het moment 0 gebruikers online
Recente blogposts
Meer
Recente reacties